In het kort
* De subsidie Praktijkleren is een tegemoetkoming voor de kosten van begeleiding van een leerling of student.
* Voor een volledige gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats is het maximum € 2.700 per schooljaar.
* Bij mbo verwacht het ministerie dat het bedrag in de praktijk soms iets lager uitvalt, namelijk ongeveer tussen € 2.600 en € 2.700 voor studiejaar 2024‑2025. Aan deze schatting kunt u geen rechten ontlenen.
* Voor studiejaar 2025‑2026 kunt u de aanvraag indienen van 2 juni 2026 om 09.00 uur tot en met 17 september 2026 om 17.00 uur.
Voor wie is deze subsidie relevant?
Deze regeling is relevant voor werkgevers en organisaties die een praktijk- of werkleerplaats aanbieden en kosten maken voor begeleiding. Voor mbo gaat het specifiek om studenten in de beroepsbegeleidende leerweg, dus mbo‑bbl.
Denk aan een technisch leerbedrijf, een zorgorganisatie met bbl‑studenten of een werkgever die structureel leerplekken aanbiedt en de begeleiding intern organiseert.
Wanneer komt een mbo‑leerplek wel in aanmerking?
Bij mbo geldt dat alleen mbo‑bbl in aanmerking komt voor subsidie. Bol, derde leerweg, EVC‑trajecten en maatwerktrajecten die geen mbo‑bbl‑opleiding zijn, vallen buiten deze regeling.
Daarnaast moet uw organisatie in de periode van begeleiding erkend zijn als leerbedrijf via SBB voor de betreffende mbo‑opleiding. De opleiding moet gericht zijn op een volledig diploma, opgenomen zijn in het Crebo en de student moet in de aanvraagperiode ingeschreven staan in het Register Onderwijs Deelnemers van DUO.
Hoe wordt het subsidiebedrag berekend?
De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal weken waarin daadwerkelijk begeleiding heeft plaatsgevonden binnen het studiejaar. U vraagt de subsidie achteraf aan, per studiejaar, dus na afloop van de begeleiding in de periode van 1 augustus tot en met 31 juli.
Voor het maximale bedrag moet in minimaal 40 weken begeleiding zijn verzorgd. Geeft u minder weken begeleiding, dan wordt het bedrag naar rato berekend. RVO noemt zelf als voorbeeld dat 20 weken begeleiding uitkomt op 50% van € 2.700.
Waarom krijgt niet iedereen hetzelfde bedrag?
Het maximum per praktijkplaats is € 2.700, maar het definitieve bedrag staat niet vooraf vast. RVO behandelt alle tijdig ingediende aanvragen en verdeelt het beschikbare budget evenredig als er binnen een onderwijscategorie meer wordt aangevraagd dan beschikbaar is.
Dat betekent dat twee organisaties met vergelijkbare begeleiding niet altijd precies hetzelfde ontvangen als het budget onder druk staat. Vooral bij mbo kan het uiteindelijke bedrag lager uitvallen dan het maximum, omdat daar veel aanvragen binnenkomen.
Wat zijn de belangrijkste voorwaarden en administratie-eisen?
U heeft een geldige en ondertekende praktijkleerovereenkomst nodig, opgesteld door de onderwijsinstelling en ondertekend door het erkende leerbedrijf, de onderwijsinstelling en de student. In die overeenkomst moeten onder meer de begin- en einddatum van de beroepspraktijkvorming, het aantal praktijkuren en de afspraken over begeleiding staan.
Daarnaast moet u een aanwezigheidsadministratie op dag- of weekbasis bijhouden én een administratie waaruit blijkt dat uw organisatie de student daadwerkelijk heeft begeleid. RVO kan steekproefsgewijs controleren en verwacht dat u deze stukken kunt overleggen.
Wat telt niet mee of gaat vaak mis?
Weken van volledige afwezigheid, bijvoorbeeld door ziekte of vakantie, tellen niet mee als weken van begeleiding. Ook kunt u geen subsidie aanvragen voor begeleiding buiten de geldige voorwaarden, zoals bij een bol‑student of een niet‑erkend leerbedrijf.
Een veelgemaakte fout is dat organisaties denken dat elke stage automatisch onder Praktijkleren valt. Dat is niet zo. Juist bij mbo is het onderscheid tussen bbl en andere routes belangrijk, net als de erkenning via SBB en een kloppende administratie.
Wat betekent dit in de praktijk voor uw organisatie?
Stel: een technisch mkb‑bedrijf begeleidt een mbo‑bbl‑student 40 weken lang en voldoet aan alle voorwaarden. Dan kan het bedrijf maximaal € 2.700 aanvragen voor die praktijkleerplaats, al kan het definitieve bedrag iets lager uitvallen als het budget in de mbo‑categorie moet worden verdeeld.
Stel: een zorgorganisatie begeleidt een bbl‑student maar de student is meerdere weken volledig afwezig geweest, waardoor uiteindelijk 30 weken begeleiding meetellen. Dan wordt de subsidie naar rato berekend en komt de organisatie dus niet uit op het maximumbedrag.
Wat moet u in 2026 doen als u wilt aanvragen?
Voor de reguliere Subsidieregeling praktijkleren voor studiejaar 2025‑2026 ligt de aanvraagperiode tussen 2 juni 2026 en 17 september 2026. Aanvragen loopt via RVO en daarvoor is eHerkenning niveau 3 nodig.
Het is verstandig om vóór de openstelling al te controleren of uw administratie compleet is, of de praktijkleerovereenkomst goed is vastgelegd en of uw SBB‑erkenning voor de juiste opleiding en periode geldig was. Daarmee voorkomt u vertraging of discussie achteraf.
Veelgestelde vragen
Krijgt ieder leerbedrijf altijd € 2.700?
Nee. € 2.700 is het maximum per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. Het definitieve bedrag hangt af van het aantal weken begeleiding en van het aantal goedgekeurde aanvragen binnen de onderwijscategorie.
Kunt u ook subsidie krijgen bij minder dan 40 weken begeleiding?
Ja. U kunt ook subsidie aanvragen als u minder dan 40 weken begeleiding heeft gegeven. Het bedrag wordt dan naar rato berekend.
Geldt de regeling ook voor bol‑studenten?
Nee. Voor mbo komt alleen de beroepsbegeleidende leerweg, dus mbo‑bbl, in aanmerking. Bol valt buiten deze regeling.
Moet u erkend leerbedrijf zijn?
Ja. Voor mbo moet uw organisatie in de begeleidingsperiode door SBB erkend zijn als leerbedrijf voor de betreffende opleiding.
Wanneer vraagt u de subsidie aan?
U vraagt de subsidie achteraf aan, per studiejaar. Voor studiejaar 2025‑2026 loopt de openstelling van 2 juni 2026 tot en met 17 september 2026.



